De Spinorhino: een overzicht van deze uitgestorven neushoornsoort

Overlevingsgeschiedenis

Het begrip 'Spinorhino' refereert aan een uiterst zeldzaam en in het wild onmogelijk te vinden soort uit de orde der neushoorns. De moderne wetenschap associeert deze naam met het genus Coelodonta, dat gedurende geologische periodes verschillende tijdsbepaalde vormen bevatte.

Fossielen van zoogdieren die tot deze familie behoren zijn vooral bekend uit Noord-Amerikaanse en Euraziatische afzettingen, deels stammetende uit de glaciÃle ijstijd (Pleistoceen). De zeldzaamheid van exemplaren met onmiskenbaar intacte schedelbeenderen maakt het moeilijk om een nauwkeurig beoordeling te maken van de soortenspecificiteit.

Eerdere publicaties beschreven deze vormen als Coelodonta antiquitatis of C. niordenskioldi, waarbij er niet https://spino-rhinos.nl/ duidelijk is wanneer precies overgegaan wordt tot het genus Spinorhino. Dit alles belet de identificatie en gevolgde classificering van de ouderdom.

Kenmerken

Ten aanzien van een mogelijke spinorhiene identiteit zijn verschillende beschrijvingen waarvan vermeld moet worden dat deze slechts gebaseerd waren op fragmentarische fossielen. Daardoor is er nog steeds geen vastomlijnd beeld beschikbaar om een concreet overzicht te vormen van de fysiologische en anatomenische kenmerken.

Fossiele geschiedenis

Zoals al eerder vermeld zijn restanten die tot het geslacht Coelodonta worden gerekend alleen nog maar beschikbaar in fossielen, waarvan het merendeel is afkomstig uit de ijstijd. Binnen deze klasse staan verschillende subtypen bekend van diverse vormen.

Met behulp van geologische data zijn de exacte tijdsbepaling en verloop te reconstrueren van een reeks evolutionaire fasen die ongetwijfeld hebben bijgedragen tot het ontstaan van soort-specificiteit. Zonder directe wetenschappelijke aanwijzing is er echter geen sprake van dat de naam Spinorhino correspondeert met een specifiek, apart type neushoorn uit deze tijd.

Klimaat en ecologie

De aardomgeving waarin soorten Coelodonta leefden staat bekend als grotendeels besneeuwd. Met andere woorden: het ging om vooral tijdelijk of permanent bewoonde gebieden van de noordelijke halfrond, voor een groot deel op Noorwegen en Rusland.

Dit beperkte de opties tot beschikbare habitats zodat niet verwonderlijk is dat alle Coelodontaspecifieke fossielen deze specifieke omgeving herbergen. Enkel al dit type habitat kan verklaren waarom er zo min mogelijk, overblijfselen van mogelijke spinorhine schedels zijn terug te vinden.

Wetenschappelijk debat

In het kader van de fossielenkennis is men reeds bijvoorbeeld een indruk gewonnen dat zeer weinig exemplaren bewaard gebleven zouden hebben. Er bestaat in feite nog onvoldoende documentatie om met enige mate van zekerheid over te gaan tot het definitief classificeren als soort.

Bovendien is de afmeting en vormgeving van beenderen, meestal grotendeels fragmentarisch bewaard gebleven, opvallend verschillend per gebied. Dit heeft een belangrijke rol gespeeld bij het creëren van veronderstellingen over mogelijke specifieke levensomstandigheden en habitats in de vroege tijd.

Hypothetische voorstellen

Uit onderzoek is al bekend dat Coelodonta-soorten tot zeer grote individuen konden uitgroeien. Op basis van fossielrestanten werd opgemerkt dat er verschillende aanwijzingen bestaan die wijzen in de richting van een mogelijke aangepastheid tengevolge van hun bewoning.

Afhankelijk van de tijdsperiode en het gebied kan worden gesteld dat ze een uitgesproken winteradaptaatie ontwikkelden, bestaande in aanpassingen die waarschijnlijk medebepalend waren voor overlevingsmogelijkheden op een ijstijdgebied. Deze hypothese legt de nadruk op het idee dat bijvoorbeeld soorten uit het geslacht Coelodonta zich tot hun voedselopname in hoofdzaak moesten richten.

Mijlenbreed gemaakte interpretaties

Uitvoerig onderzoek van restanten met de bedoeling ze te classificeren, heeft evenwel aangegeven dat het probleem bestaat dat bepaalde vermoedens reeds op een theoretische basis zijn vastgesteld. Enerzijds verwijzen geologisch bewijs en fysieke beschrijvingen naar soortgelijke vormen, terwijl anderzijds de gebieden waar restanten in afwisselend overeenkomen met tijdsspanningen op basis van geologische data kunnen worden vastgesteld.

Omdat er nooit een volledige schedel van Coelodonta is teruggevonden kan niet bevestigd of ontzegd worden dat de naam Spinorhino, waarschijnlijk voor verschillende ouderdomsgroepen werd gebruikt. Echter zijn mogelijke spinorhiene kenmerken slechts aangetoond met behulp van hypothetisch verwijzen naar een aantal beperkte vormen en restanten.